Posts Tagged ‘Nederlandse gedigte’

Willem M. Roggeman. Afstandelijk

Tuesday, March 24th, 2020

 

AFSTANDELIJK

 

Zoiets verzin je niet. Je maakt het

met woorden toch gauw al te bont.

Zij eet volmondig, beaamt het daglicht,

bedriegt de morgen met een nieuw uur.

 

 

Heimelijk laat zij de zwaartekracht los

en zweeft nu, weeft nu een zweetdoek

voor Veronica. Om haar heen blijken

de omstaanders al lang uitgestorven.

 

 

Dan weerklinkt, zoals was aangekondigd,

een schampschot, een schimpscheut.

Met het openvouwen van de plattegrond

ontdekt iemand vol ongeloof El Dorado.

 

 

In een berghut wordt hij op de hoogte

gebracht. Ondergedompelde woelwater

moet hij snel kiezen tussen kant en wal.

De tijd graaft hem naar de grafsteen toe.

 

 

Een hand wandelt binnen, behoedzaam

op lang uitgesponnen broze vingertoppen.

Hij spitst een ezelsoor, breekt er zijn stem

maar houdt de verte nog graag op afstand.

 

© Willem M. Roggeman, 2020

 

Gerard Scharn: 4 Gedigte

Saturday, December 28th, 2019

blue

lady zingt de blues in jiddish
haar stem vervreemd in klank
door wodka en machorka

verwaaid in rook en damp
van kamp en getto tussen
belomor en terezin

een lied doordrenkt van wanhoop
stukgeslagen dromen in pogroms
of een zelf verkozen dood

lady zingt de blues in jiddish
een stem vervormd door brandewijn
kriegstabak en kasbek papirosi

haar lichaam uitgewoond in verlaten
huizen en kazernes aangeboden aan de
hoogste bieder voor wat oudbakken brood

 

wie verre reizen doet (een verslag)

de vorsten van de minirijkjes op verre eilanden
houden parkieten en papegaaien in bamboe kooien
concubines leren ze lieve drieletterwoordjes

zingen vijfstemmig bij een serinette het lied
van de voorvaderen waarvan de namen voortleven
gebeiteld in arduinen zuilen gedreven in heilig veen

er brandt riet en wierook er wordt gedronken
en gedanst als de vogels trots als pauwen
lieve drieletterwoordjes fluisteren in de rode

oortjes van de concubines van de vorsten van
de kleine koninkrijkjes de kleine potentaatjes
op te grote tronen die hun geslacht vervloeken

waar de hofnar gezoogd door de koninklijke min
haar zog vergeven van spiritus en absint na
het spenen in zijn delirium een koprol maakt

 

abstract verdriet

ik ben de held van het janklaassenspel
de sokpop in de koffer van een straatartiest
een plankmarionet op een buffetkast

ik dans op verlaten perrons
ik zwaai naar onbekenden die ik lief heb
vertrokken met de noorderzon

ik ben de kwast in de toneelkist
de man met zotskap en marot
een buikspreekpop een paspop

voor de nieuwe kleren van een keizerin
op de catwalk tussen venussen in bont
reizigers in god en klerikale travestieten

ik zwaai naar onbeminden op een wereldreis
de mensen van minvermogen op de vlucht
wilde ganzen in de lucht de vrijheid tegemoet

ik draag het boetekleed van de zondebok
het strepenpak van de kettingganger
de schuldenlast van de verworpenen der aarde

 

de smaak van vochtig bos

het laatste tuinfeest van de keizer
is voorbij de gasten afgedropen met
een kater de glazen halfvol

geen toost zo zouteloos als de woorden
van de ceremoniemeester een oud-strijder
uit een tijd die men graag wil vergeten

de keizerin danst met de generaal
de generaalse met de keizer terwijl
het dweilorkest een laatste wals probeert

  •