Ester Naomi Perquin. Niet op volgorde

Mogelijke problemen, soortgelijke oplossingen

I

Tien jaar geleden kwam ik aan in de stad. De plek waar ik was opgegroeid en het huis waar ik had samengewoond had ik achter me gelaten. De aftocht was haastig geweest. Ik was net twintig en eigenlijk wist ik nauwelijks wie ik precies zou moeten zijn, in mijn eentje. Een deel van mijn spullen zat in vuilniszakken, opgestapeld in een verder lege logeerkamer. Ik besloot ze niet open te maken zolang ik niets miste. Maandenlang stonden ze daar. Ik had mijn kleren in de kast gehangen, mijn boeken uitgepakt, mijn keuken ingericht en mijn foto’s en brieven gesorteerd. Ik miste niets. Ik begon me af te vragen waarom ik de vuilniszakken überhaupt mee had genomen. Wat er ook in zat – het was overbodig geworden. Toch kwam ik er niet toe ze op te ruimen. Ik had er geen reden toe. Ze stonden me niet in de weg, het huis was groot genoeg en er kwam nooit niemand logeren. Uiteindelijk heb ik ze, toen ik opnieuw verhuisde, aan de kant van de straat gezet.

Ik herlas onlangs de bundel Toespraak in een struik van Victor Schiferli, verschenen bij de Arbeiderspers in 2008. Bij het gedicht Blokkade moest ik, vanzelfsprekend, aan die vuilniszakken denken.

 

Blokkade

 

Je begon met een plastic tasje

maar inmiddels is de gang

gevuld met vuilniszakken.

 

De buren hebben geklaagd,

vanwege de brandveiligheid

moesten ze melding maken.

 

Je leven zit in die zakken

maar niet op volgorde,

en daar kom je niet aan toe

 

zolang die verzameling

de gang blokkeert. De politie

kan er niet door, de brandweer

 

is niet gekomen, je ouders

staan in de file, je vrienden

zijn nog jaren met vakantie.

 

Zo denk ik de laatste dagen aan alle vuilniszakken die zich elk moment ongezien opstapelen in gangen, voorkamers, slaapkamers. En aan de mensen die ze laten staan, die er niet aan toe komen die zakken open te maken. Blokkade is een gedicht dat laat zien hoe huiveringwekkend efficiënt de eenzaamheid te werk gaat. Hoe geduldig. Iets schuift langzaam dicht, iets gaat de voordeur blokkeren. Eerst is er nog wat gedoe, halfslachtige bemoeienis. Dan schikt men zich en wordt het stil. Je vrienden zijn nog jaren met vakantie. 

 

 

 Vuilniswagen met regel van Achmatova

 

 

II

Sinds een paar jaar wil ik naar het platteland. Ik stel me er veel vriendelijk groeten bij voor en een dorp waarvan je de meeste inwoners bij naam kunt noemen. De mensen zijn er nuchter en ruimdenkend. Ze verbouwen hun eigen groenten en wisselen recepten uit. Plotsklaps kan ik heerlijk koken. Ook heb ik een heleboel vrienden, als ik daar eenmaal woon. Lieve, attente vrienden die onverwacht voor de deur staan en blijven slapen in één van de grote, warme kamers. Stuk voor stuk vertellen ze interessante verhalen. We halen herinneringen op, terwijl we in de achtertuin zitten en uitkijken over de weilanden en het bos in de verte. Vaak staat er warm brood op tafel, in grove hompen gebroken. We drinken zelfgemaakte citroenlikeur die iets te sterk is uitgevallen en we lachen. Ik heb een hond die nooit sterft en koppig zijn eigen gang gaat. Vaak wandel ik dwars door de vlakke landerijen om het dorp heen, zonder specifieke bedoelingen. Er gebeurt niet zoveel. Nooit wordt er een snelweg gepland die het dorp in rep en roer brengt, nooit zijn er verkiezingen of verkrachtingen. Hooguit is er af en toe onenigheid over een onbetaalde rekening in het dorpscafé. Soms moet ik dan voor rechter spelen, omdat men vertrouwen in mij heeft. Ik bedaar de gemoederen zonder iemand tegen me in het harnas te jagen – maar ik ben principieel en rechtvaardig. Mijn tuin is groot genoeg om wat geiten en kippen rond te laten lopen. De kippen slacht ik nooit, al zou ik heel goed weten hoe. Mijn buren, die een grote boerderij hebben, kijken niet neer op mijn stedelijke achtergrond. Integendeel. Zo nu en dan wordt ik gevraagd te helpen bij de bevalling van een koe. Ik ben namelijk een erg robuust iemand, ik schrik niet van poep of bloed. Ook zit mijn haar altijd prachtig en kan ik eten wat ik wil zonder aan te komen. In twee lessen leer ik autorijden. Ik doe vrijwilligerswerk voor de plaatselijke bibliotheek. Soms lees ik gedichten voor aan slechtziende bezoekers, die met een wat nukkig gezicht komen luisteren. Ik kies dichters die ik zelf graag hoor en men laat mij mijn gang gaan. Zo word ik erg oud, al blijven mijn gewrichten soepel en hoest ik zelden. Als ik doodga is dat alleen maar omdat ik uit wil rusten. In het dorp zullen ze de klokken luiden en een borrel drinken en dat was dat. Alleen de hond blijft dagenlang in de buurt van mijn graf.

 

Ester Naomi Perquin

Bookmark and Share

Een Kommentaar op “Ester Naomi Perquin. Niet op volgorde”

  1. Gerhard :

    Dit is ineressant hoe jou blog met Jelleke Wierenga s’n resoneer, Ester. Gaan kyk gerus na die gedig “Klein Vrede” wat ek onderaan Jelleke s’n geplaas het. Die skakel is: https://versindaba.co.za/2010/10/15/klein-geluk/#comment-104725
    Dankie vir jou pragtige bydraes.

  •