Ramsey Nasr ontlok heftige reaksie

Ramsey Nasr

Ramsey Nasr

Met ‘n vorige Nuuswekker het ek reeds daarop gewys dat nie almal in Nederland geneë is daarmee dat Ramsey Nasr, hul veelbesproke Dichter des Vaderlands, sy pligstaat teen ‘n groter muur as die digkuns projekteer nie. In sy ope brief aan Nasr het De Contrabas se Chrétien Breukers sy irritasie met Nasr se politieke uitsprake laat blyk. Nou het Nasr, soos ek in ‘n kommentaar by Amanda Lourens se mees onlangse blog-inskrywing aangedui het, ‘n kritiese relaas oor die onlangse gebeure in Egipte en die Nederlandse reaksie daarop in De Standaard en elders geplaas.

En volgens ‘n berig by De Contrabas is die teenreaksie eweneens heftig en op die man af.

In wese baseer Nasr sy aanklag op die volgende uitspraak: “Wat betekent vrijheid nog voor ons, afgezien van vakantievieren in een dictatuur? Het begrip op zich is leeg geworden. Juist het feit dat dit woord de laatste jaren voortdurend wordt gebruikt in Nederlandse discussies, vormt een symptoom van die leegte. Als een mantra wordt het herhaald: onze vrijheid wordt bedreigd, we komen op voor onze vrijheid, ze hebben het gemunt op onze vrijheid… Onze vrijheid bestaat enkel nog wanneer we haar kunnen afzetten tegen een vijand. Het is een schild geworden. Een zwaktebod.”

Hierop het Breukers met onverdunde venyn reageer: “Kortom, de gewone boodschap: het volk moet stil zijn en naar het wonderschone merelengezang van de Dichter des Vaderlands luisteren, anders is het volk niet lief. Het is Anil Ramdas, maar dan in heffingsverzen. Het is een kleine, eenpersoons-sharia in pocketformaat. Het is de schelle klank van het fijne, cultureel-correcte gelijk.”

Dit is egter Rosanne Hertzberger se reaksie in die NRC Handelsblad wat aandag verdien: “Onze Dichter des Vaderlands vindt ons land dusdanig verdorven, dat hij ons eigenlijk tussen de regels van zijn artikel in NRC Handelsblad afgelopen weekend een paar jaar stevige militaire onderdrukking toewenst. Wij weten immers niet meer wat vrijheid is. Vrije pers gebruiken wij voor Big Brother, Oh oh Cherso en Secret Story. We vreten ons vol, we zuipen en zwelgen, schaffen onze eigen cultuur af, wij zijn de vrijheid voorbij. Soms kan ik me de wanhoop wel voorstellen. Nasr bulkt van het talent maar het ontbreekt hem aan de onderwerpen.” En dan veral die slotparagraaf: “Misschien hoopt hij stiekem zelf dat hij ooit verboden wordt, verbannen, zijn poëzie op de zwarte lijst. En dat hij dan als dissident in ballingschap eindelijk degelijke verzetsverzen kan typen, ondertussen terugverlangend naar die koele Hollandse lentedagen van weleer. Een beetje onderdrukking zou zijn werk precies de zwaarte en urgentie kunnen geven die nu zo ontbreekt.”

Helaas, nêrens kon ek op die internet ‘n reaksie opspoor wat fokus op die aangeleenthede waaroor Nasr dit in sy stuk het nie. Veeleer word hy dit verkwalik dat hy dit hoegenaamd durf waag het om te suggereer dat die begrip “vryheid” ‘n ander betekenis inhou vir die Egiptenaar as die Nederlander, byvoorbeeld. Dieselfde geld natuurlik “demokrasie” of “kultuur”.

Maar nou ja. Hierin is hulle helaas nie uniek nie.

***

Sedert gister het daar twee nuwe bydraes bygekom. Desmond Painter skryf oor die verwantskap tussen klassieke musiek en rock aan die hand van Steve Reich en The National, terwyl Vrouwkje Tuinman weer ‘n skakel geplaas het na die uitvoering van haar gedig “Iemand die ik livier mis” tydens die bekendstelling van haar nuutste digbundel.

Ten slotte is daar in Brieweboks ‘n interessante bydra wat deur Deon Knobel ingestuur is. Dit bestaan naamlik uit die (Engelse) notas wat sy broer, Wilhelm Knobel, by ‘n gedig van hom aangebring het.

En daarmee is dit reeds weer naweek. Ons hervat Maandag.

Mooi bly.

LE

 

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •