
Gisteraand is dit tydens die Poetry International Poetry Festival te Rotterdam bekend gemaak dat Lieke Marsman se debuutbundel, Wat ik mijzelf graag voorhoud, vanjaar met die C. Buddingh-prys bekroon is. Soos dit die geval is met ons eie Ingrid Jonker-prys, is dié bekroning vir die beste debuutwerk van die voorafgaande jaar. Terselfdertyd is dit ook aangekondig dat sy nóg ‘n belangrike prys, Het Liegend Konijn se tweejaarlikse debuutprys, verower het. Die prysgeld beloop onderskeidelik 1.200 en 2.500 euro.
Volgens die beoordelaars se commendatio vir die C. Buddingh-prys die volgende: “Een opmerkelijk voldragen en overtuigend debuut. Marsmans gedichten hebben iets van onvoorspelbaar meanderende beken, draaikolken en taalwoelingen, waarbij je telkens even een glimp opvangt van de formidabele vis die hier in en uit het water springt”.
En, indien jy dit gemis het, kan jy gerus Luuk Gruwez se insiggewende stuk oor Lieke Marsman by Wisselkaarten gaan lees.

By wyse van lusmaker die openingsparagraaf: “Wat ik mijzelf graag voorhoud, het debuut van de tweeëntwintigjarige Lieke Marsman wordt door enkele Nederlandse recensenten bejubeld als een der beloftevolste debuten van de jongste jaren. Daar valt inderdaad veel voor te zeggen, hoewel – zoals steeds bij een debuut dat boven het maaiveld uitsteekt – het klassieke gevaar van overschatting dreigt. Waarom charmeert deze poëzie? Lieke Marsman is jong en fris. Op foto’s die men in de pers gretig van haar afdrukt, oogt zij ontwapenend. En zij staat er: haar gedichten laten voor iemand van haar leeftijd een onmiskenbare eenheid van toon horen, iets wat haar blijkens een uitspraak in een interview na aan het hart ligt. Vrijwel alles in haar bundel is herkenbaar uit dezelfde pen gevloeid. Wat zij schrijft zijn absurdistische reflecties, meditaties, bespiegelingen. En als Marsman haar bestaan niet bijeen denkt of droomt, verzint zij het wel. Want ja, om het systeem in de wereld te achterhalen, moet je het verzinnen. Verzinnen is een vorm van zingeving: ‘(…) ik kan door alle bomen het bos zien,/ omdat ik achter alles iets verzin’.”
Hieronder volg die vers “Oerknal” vir jou leesplesier.
***
OERKNAL
‘s Avonds zegt een natuurkundige op televisie
dat het ook mogelijk is dat het heelal op een dag
niet langer zal groeien, maar langzaam, sneller
dan het licht, ineen zal klappen. In dat geval
zouden er na ons nog triljoenen heelallen
kunnen ontstaan en hangen we nu slechts
onder aan een stamboom van universa. Stel je voor
dat je jezelf enkel voort kunt planten
door niet meer te bestaan.
‘s Ochtends, wanneer ik bij de start
van een dag zie hoe ik opnieuw ben gaan
ademhalen, vergelijk ik dit heen en weer
gegooi van sterren met mijn op en neer
gaande borsten, met de antenne van
een radio, die je doelloos in en uit
kunt blijven schuiven en vervolgens,
vooralsnog mijn meest geslaagde poging,
met een zeeanemoon.
(c) Lieke Marsman (Uit: Wat ik mijzelf graag voorhoud, 20109: Uitgeverij G.A. van Oorschot)
