Yves T’Sjoen. Toen en nu – Nederlandse literatuur in een Afrikaans vizier


Het onderzoekscentrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika, opgericht in de schoot van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent, heeft op 4 en 5 december jongstleden een eerste colloquium georganiseerd. Het verslag van Carina van der Walt is op deze blog verschenen. Aan de vooravond van het symposium ontving Breyten Breytenbach uit handen van rector Anne de Paepe en namens de universitaire gemeenschap de eretitel van doctor honoris causa. Het centrum plant begin september 2015 een tweede symposium aan de UGent waarvoor in het voorjaar een call for papers wordt bekend gesteld. Niet alleen de organisatie van studiebijeenkomsten en academische lezingen maar ook nieuwe (boek)publicaties en het initiëren van PhD-onderzoek staan op de agenda van de onderzoeksgroep. Voor de studie van de Afrikaanstalige literatuur is al langer een boek geprogrammeerd waarvoor enkele partners (departement Afrikaans en Nederlands – Universiteit van Stellenbosch en de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek) zich hebben geëngageerd.

Momenteel wordt in samenwerking met de vereniging Internationale Neerlandistiek een vakspecialistische publicatie voorbereid voor de reeks Lage Landen Studies (Y. T’Sjoen & R. Foster (eds.), Academia Press, Gent 2015). Het boek presenteert gevalstudies waarin aandacht wordt besteed aan vertalingen, beschouwingen over en de kritische receptie van moderne Nederlandstalige literatuur in Zuid-Afrika. Ook de aanwezigheid van Nederlandse schrijvers en teksten in het kritische repertoire van Zuid-Afrikaanse auteurs wordt bestudeerd en de manier waarop Nederlandse schrijvers als (strategische) mentions figureren in receptieteksten over Afrikaanstalige auteurs in Zuid-Afrika. Twee actuele voorbeelden zijn de receptie in de Zuid-Afrikaanse literatuurkritiek van Marlene van Niekerks dichtbundel Kaar en Daniel Hugo’s Afrikaanse vertaling van een keur uit Alfred Schaffers poëzie in Kom in, dit vries daarbuite. Zuid-Afrikaanse recensenten noemen vooral Nederlandse auteurs als referentiepunten in hun beoordeling van de literaire producties.

In het nieuwe boek bestuderen letterkundige, taalkundige en vertaalwetenschappelijke onderzoekers de aanwezigheid van Nederlandse literatuur in Zuid-Afrika. Poëzie van Nederlandse schrijvers zoals Komrij, Kopland, K. Michel, Rawie, Van Toorn en Schaffer en (fictioneel) proza van Van Dis, Van Woerden, Wieringa en anderen wordt, naast werk van Vlaamse auteurs onder wie De Coninck, Holvoet-Hanssen, Lanoye, Nolens, Van hee en Van Reybrouck naar het Afrikaans vertaald. Relevante onderzoeksvragen zijn in hoeverre deze en andere Nederlandstalige actoren present zijn in het Afrikaanstalige literaire landschap, welke beelden van (een selectie uit) hun oeuvre worden geconstrueerd, hoe Nederlandse schrijvers in de loop van de voorbije eeuw en vandaag functioneren in Zuid-Afrika. Niet alleen de wijze waarop teksten worden gepercipieerd staat centraal. Ook de deelname van Nederlandse en Vlaamse schrijvers aan literaire evenementen, zoals Woordfees in Stellenbosch, internationale netwerken en gezamenlijke projecten waarin Nederlandstalige en Zuid-Afrikaanse schrijvers participeren (het periodiek Standpunte, het multimediale project E-POS II, de literaire weblog Versindaba etc.) krijgen de nodige aandacht. Welke beelden van de moderne Nederlandse literatuur worden aan universiteiten, in syllabi en colleges aan Zuid-Afrikaanse studenten gepresenteerd? Hoe worden beelden van de Nederlandse literatuur in Afrikaanse literatuurgeschiedenissen geconstrueerd? In welke mate figureert de Nederlandse literatuur in het discours van en over de Afrikaanstalige letteren. Het zijn maar enkele onderzoeksvragen. De Nederlandse literatuur is op uiteenlopende manieren aanwezig in Zuid-Afrika en maakt vandaag net zoals de voorbije decennia deel uit van of leunt sterker dan andere literaturen aan bij het literaire systeem van het Afrikaans.

Omslag

Olf Praamstra en Eep Francken hebben met de bloemlezing Heerengracht, Zuid-Afrika (2008) een selectief overzicht gepresenteerd van de Nederlandse literatuur van Zuid-Afrika. De bundel biedt een staalkaart van de Nederlandse literatuur die in en over Zuid-Afrika is tot stand gekomen. De anthologie richt de focus op in het Nederlands geschreven literatuur in Zuid-Afrika. Het nieuwe boek vertrekt vanuit een andere onderzoeksvraag en heeft een afwijkende opzet: hoe circuleert en functioneert de Nederlandse literatuur van de Lage Landen gisteren en vandaag in Zuid-Afrika. Het onderzoek naar deze interactie tussen Nederlandse en Zuid-Afrikaanse literatuur is nauwelijks gevoerd. Met aandacht voor de twintigste- en vroeg eenentwintigste-eeuwse literatuur presenteert het boek wetenschappelijk onderzoeksbevindingen waarin wordt gepeild naar institutionele mechanismen, poëticale overwegingen en esthetische of politiek-ideologische strategieën die bijdragen tot de aanwezigheid van Nederlandse schrijvers en teksten in het gesprek over literatuur in Zuid-Afrika.

Complementair ten opzichte van deze studie, die zal resulteren in een opstellenbundel over transnationale relaties vanuit het perspectief van de Nederlandse literatuur in het Afrikaanse taalgebied, bereid ik momenteel een boek voor met de werktitel Die suiderkruis bo ’n  berg. Opstellen over de poëzie van het Afrikaans en Nederlands (Academia Press, Gent 2015). In verschillende opstellen wordt de beeldvorming belicht van enkele Zuid-Afrikaanse dichters in Nederland. Zo besteed ik aandacht aan de politieke en/of esthetische lezing van Breytenbach door Gerrit Komrij en H.C. ten Berge, de aanwezigheid van Breytenbachs literaire werk in het Nederlandse modernistische periodiek Raster, de bemiddelende rol van Alfred Schaffer tussen de Nederlandse literatuur en Zuid-Afrika (met onder meer een bloemlezing van Elisabeth Eybers, vertalingen van Ronelda Kamfer en binnenkort Antjie Krog), de aanwezigheid of laterale transnationale bewegingen in de schrijversloopbaan van Charl-Pierre Naudé en Gert Vlok Nel in het Nederlandse taalgebied et cetera. Enkele bijdragen worden in 2015 voorgepubliceerd in academische periodieken in Zuid-Afrika en in het Nederlandse taalgebied.

Op die manier bestuderen we met de wisselwerking of de uitwisseling van Nederlandse en Afrikaanse teksten in twee richtingen (Zuid-Afrika, Nederland en België).

De basisstelling van beide boekprojecten is dat ook vandaag in een post-apartheidsperiode, nu het Afrikaans aan universiteiten onder spanning staat en moet bezuinigen, de banden tussen de Nederlandse en de Zuid-Afrikaanse literatuur bijzonder sterk zijn. De opstellenbundel heeft ook voor de studie van het Afrikaans mijns inziens een belangrijke functie. In postkoloniale tijden ondergaat de Afrikaanstalige literatuur niet alleen invloeden van de Angelsaksische wereld. De band met Nederland is sterk en wordt al lang niet meer door een neo- of postkoloniale retoriek bepaald. Die verschuiving in het discours – van NP van Wyk Louw en DJ Opperman tot Etienne van Heerden, André Brink en Marlene van Niekerk – staat centraal. Onderzoekers in Zuid-Afrika en Nederland belichten aan de hand van case studies de concrete vormen van samenwerking, netwerking, intertekstuele relaties.

(c) Yves T’Sjoen / Desember 2014

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •