Oor die aard van poësie

John Olson

John Olson

Via ‘n berig op De Contrabas beland ek op ‘n besonder indrukwekkende weblog met die vreemdklinkende naam Alligatorzine. En hier stuit ek een een van die mees insiggewende stukke oor die aard van die poësie wat ek in ‘n lang tyd te lese kon kry, naamlik John Olson se essay oor artistieke outonomiteit wat deur Kurt Devrese as Deze andere wereld, een essay over artistieke autonomie in Nederlands vertaal is. Die volledige essay kan by Alligatorzine gelees word, maar as lusmaker plaas ek graag die volgende aanhalings:

“De opgetogenheid van poëzie schuilt in haar gal, haar eclatante irrelevantie en buskruitklinkers, haar katrollen en popcorn en uitzinnige vogels. Ze is transcendent én wild, een energiestoot in een klankschelp. Een luipaard aan ideeën die stiekem door een jungle van woorden sluipt.”

“Het gedicht is geen werktuig. Het is een voorbereiding op de dood. Mortaliteit is een kooi. Tenzij je je huid afschudt en vaststelt hoe vluchtig en direct de lucht is, bereid bent je orders op te volgen, kan men zich de goochelkunst niet eigen maken. Ariël zit gevangen in een boom. Caliban wordt CEO van Merck.”

“De dichter zet zich aan het schrijven: weelderige wortels dalen af tot de kern van de aarde en gaan klam op zoek naar een definitie, de helderheid van een appel. De dichter raakt in vervoering. De dichter gaat er helemaal in op. Lichaamloosheid. Abstracties borrelen op uit de pen, een vrolijke uitbarsting van hitte waart rondom een hotdogkraam. Daglicht stroomt een venster binnen. Een zonnebloem schiet uit de grond. Een zaterdag met intellect belegd. Een donderdag met edelweiss bebloemd.”

Ook maak Olson in sy essay vrylik gebruik van verwysings na die literatuurteorieë van Theodore Adorno: “De autonomie van de kunst staat buiten kijf. Alle inspanningen om kunst nieuw leven in te blazen door ze een sociale functie toe te kennen – waarover kunst zelf onzeker is en waardoor ze haar onzekerheid te kennen geeft – zijn gedoemd te mislukke.” […] “Enkel door van de empirische werkelijkheid los te komen, wat kunst toelaat om de verhouding tussen het geheel en de delen volgens de interne logica van het werk te modelleren, bereikt het kunstwerk een hogere orde van bestaa” […] “Kunstwerken maken zich los van de empirische wereld en genereren een andere wereld, in contrast met de empirische wereld alsof deze andere wereld evenzeer een autonoom geheel was.” En dan, ten slotte: “Kunst wil met menselijke middelen komen tot de taal van wat niet menselijk is” en “Hoe meer een kunstwerk de perfectie benadert, hoe meer het aan intenties verzaakt.”

En hierin vind Olson se pleidooi myns insiens naatloos aansluiting by Edwin Fagel se briewe aan “O” en ook Chris Coolsma se Ankerpunte oor die misverstande in die poësie.  Ai, watter wonderlike  en fassinerende  ding is die woordtuig genaamd “gedig” nie … Vir jou leesplesier plaas ek een van John Olson se prosaverse hieronder. (Op Alligatorzine is daar nog etlike ander verse van Olson wat gelees kan word.)

***

Sedert Vrydag het daar sommer heelwat nuwe inligting op die webblad bygekom: Yves T’Sjoen lewer die agtste aflewering in sy reeks oor peritekste (dié een handel oor Eva Gerlach), Chris Coolsma vertel van ‘n besonderse aand toe hy namens my ‘n geleentheid in Suid-Holland moes bywoon, Bernard Odendaal lewer ‘n bydrae tot Blogfokus (wat vandag tot einde loop), Lewies Botha wonder hoe dit moet wees om “famous” te wees en Jo Prins rig ‘n vuvuzela-knal Kaapwaarts na Saterdag se jy-weet-wat.

Ten slotte fokus ek graag jou aandag op Ronelda Kamfer se digstring oor haar gedig “stof“.

Lekker lees aan alles en mag die strykrowers jou hierdie week met rus laat …

Mooi bly.

LE 

 

Goldfish

Sometimes I encounter an object that I do not know how to describe. For instance, just now, I bumped into an enormous handshake. Two clouds greeting one another in a hail of thunder and lightning.
              How do you describe a cow drowning in a pool of ink?
              How do you describe a cow drowning in a word? In the word ‘cow’?
              Syllables are the candy of thought. The rattling of tools in a toolbox. Two women fussing with a TV camera. The taste of the sound of trigonometry.
              Not all experiences are explicable in words.
              The world is a ball of rocks and water, but crossing the Cowlitz River in a Subaru on the way to Portland, Oregon, describes the world differently. The world, at that particular moment, that particular juncture in the space-time continuum, was a sensation too large and cumbersome for a forge of vowels and consonants, the alloys of expression, the bellows of the lungs, the shaping of the tongue, the motion of the lips, the colors of the palate.
              Any abstraction delayed for a period of time on paper, or in the pixels of a blog or website, will eventually harden into an idea. A hotel lobby inundated by bicyclists, or the wobble of a white wrought iron gate upon which a Steller’s jay has just landed with a view toward scooping up a peanut.
              Goldfish circling a bowl of water. Branches of coral and a mermaid.
              Humanity invents gods, or a God, to explain the enigma of existence. Fruit, gamma-globulin, loose change.
              The book is a machine of ghosts. Pick up any book, shake it, bake it, eat it, read it, and you will find hallucinations scattered everywhere. A group of people sorting through the debris left behind by a tornado.
              The human mind is a very messy place.
              The meat of configuration depends on the muscles of concentration.
              Here is my advice: stay in bed.
              Or go to Barcelona.
              Wear a funny hat. Chew a stick of licorice.
              Buy some goldfish.

 

© John Olson

 

Bookmark and Share

Een Kommentaar op “Oor die aard van poësie”

  1. Marlise :

    ‘n Digter wat my nogal intrigeer! Sy prosa-verse is geweldig verbeeldingryk. Om iets aan te haal: “To be sure, Olson’s poetry works the reader, wakes up the mind, and makes one wonder that someone first named an object or action, that someone once sculpted those “bits of air called words.” And if, centuries ago, a person gave name to a thing, then why not the poet now? Why not pry word from the meaning or give expression to something seemingly nonsensical that may after all make sense? This is what poets do in the realm of art.”

    Rebecca Spears, from review in Sentence 5.
    Kyk ook na sy voorlesing by hierdie video:

  •