Honden zijn warmer dan mensen
‘Honden zijn warmer dan mensen.’
Als het staat geschreven op de achterkant van een zetel
In bus 58 in alcoholstift, dan moet het wel waar zijn
Het is wel waar, het is altijd waar geweest
In bus 58 zit een zwangere vrouw, ze weet meer van gibbons en ijsberen
Dan je op het eerste zicht zou vermoeden, ze is de naam van haar ongeboren kind vergeten.
In bus 58 zit ook een anachronistische oliedrager
Die morgen zelfmoord zal plegen met de waslijn van zijn buurvrouw
Hij zal de hemden en onderbroeken laten hangen aan de lijn
Zo zal het lijken alsof een heleboel mensen zich gelijktijdig hebben opgehangen
Zijn buurvrouw heeft slechts één keer tegen hem gesproken: ‘Mijn man is een genie.
Wat kan ik hem bieden?! Ik ben flets en grijs en burgerlijk. En mijn pijptechniek laat te wensen over.’
In bus 58 zitten twee broers, de oudste broer is een binnenvetter
En de jongste broer is een leeuwentemmer
Mijn vader was vroeger ook een leeuwentemmer
Ik keek naar hem op
Ik stond op om naar hem op te kijken
De circusdirecteur liet mij de trapezes gebruiken
En de messenwerper leerde mij stil te staan.
We stonden stil bij schilderijen van de Vlaamse primitieven
We stonden stil bij ezels, bij lepelaars, bij speelgoedwinkels
We stonden stil bij sterren, bij bunkers, bij korven
En toen hij mij verkrachtte had ik pijn voor ons beiden
Een dag later werd mijn vader ontslagen.
In bus 58 zit de meest ootmoedige leverarts van West-Vlaanderen
Hij is niet op weg naar mijn vader
Hij is op weg naar zijn moeder
‘Honden zijn warmer dan mensen’ Prevel ik
Het is misschien wel waar, maar het is niet altijd waar geweest.
©Delphine Lecompte / 2015

Delphine, dit lyk my jou bus 58 se roete loop tussen jou en jou lesers. Heen en weer, langs reël een en so aan tot by die laaste stelling oor verwysde omni-leed, en terug.