Paul Snoek as vertaler van Názim Hikmet

Názim Hikmet

Názim Hikmet

Na aanleiding van Roel Richelieu van Londersele se Wisselkaart oor sy ontmoeting met Paul Snoek, het daar meteens hernieude belangstelling rondom Paul Snoek, wat tereg as een van Vlaandere se “vergete digters” gereken word, ontstaan. Een aspek van dié uitnemende digter se nagelate digterskap wat selde na verwys word, is egter sy nogals beduidende bydrae as vertaler; één so ‘n artikel waarin dié aspek belig word, is Yves T’Sjoen se artikel oor Paul Snoek as vertaler van die Turkse digter Názim Hikmet. (Terloops, dié artikel is steeds te lese op De Contrabas se webtuiste.)

Teenswoordig word dit redelik algemeen aanvaar dat die Midde-Oosterse letterkunde een van die mees dinamiese ter wêreld is. Veral persone soos onder andere Mahmoud Darwish, Adonis en die onlangse Nobelpryswenner, Orhan Pamuk, is verantwoordelik vir dié hoë reputasie. Maar na alle waarskynlikheid kan die opbloei van die Arabiese (en meer spesifiek Turkse) lettere die afgelope paar dekades voor die voete van Názim Hikmet (1902-1963) gelê word.

Na ‘n bondige, dog insiggewende uiteensetting van Paul Snoek se digterskap, formuleer T’Sjoen die verwantskap tussen Snoek en Hikimet soos volg: “Snoeks belangstelling voor de gedichten van Nâzim Hikmet in die periode van een ontluikend schrijverschap gaat terug op een biografisch feit, maar ook op een poëticale affiniteit. In 1954 trok Snoek naar Moskou op vraag van Komsomol, de invloedrijkste communistische jongerenorganisatie in de Sovjet-Unie. Het  ‘Communistisch Leninjeugdverbond’ stelde zich tot doel jongeren tot geschikte Sovjetburgers te scholen. Tijdens die ‘vakantie’-periode in Rusland, waarover hij zich later distantiërend zou uitlaten (hij beweerde dat hij een spionageopdracht in dienst van de CIA uitvoerde), kwam hij in contact met een ideologie waar hij zich blijkbaar korte tijd kon mee associëren. Nou ja, associëren. Waarmee hij zich ten aanzien van zijn studentenvrienden en in het artistieke milieu kon laten gelden. Het is dezelfde marxistische ideologie die Hikmet zijn Turkse burgerrechten kostte. Zoals in het persbericht van 5 januari 2009 staat, is Hikmet kort voor de Tweede Wereldoorlog in Turkije veroordeeld tot een gevangenisstraf van ruim 28 jaar. Met in de akte van beschuldiging het vermeende opruiende karakter van diens geschriften. Het is na zijn vervroegde vrijlating in 1950 dat hij uitweek naar de Sovjet-Unie. Toen Snoek korte tijd in Moskou verbleef, was Hikmet er niet alleen als politiek balling prominent aanwezig. Hikmet was betrokken bij de ‘Wereldvredesraad’.”

Indien dié gegewe jou interesseer, moet jy beslis die volledige artikel gaan lees. Vir jou leesplesier plaas ek graag een van die verse wat in vertaling by die artikel opgeneem is, hieronder.

***

Vreemd hoe die kwessie van vertaling meteens weer sy kop op die webblad begin lig; afgesien van Bernard Odendaal en Naómi Morgan se verslag oor hul Jacques Brel-vertalings wat gister geplaas is, is daar ook nou Philip de Vos wat vertel van sy vertaling ‘n van Annie M.G. Schmidt-gedig oor die krimpvarkie. Nog nuwe plasings is Luuk Gruwez se oorsig van Hélène Gelèns se nuutste bundel, “zet af en zweef” en ook Lize Viljoen wat ons op ‘n nuwe vers van haar trakteer.

En dan, in die vertaalkamers het Charl-Pierre Naudé die uitdaging wat hy na aanleiding van Daniel Hugo se opmerking dat Ingrid Jonker se vers “Bitterbessie dagbreek” ‘n bykans onvertaalbare vers is, aanvaar en sy finale produk gelewer. Dit kan hier gelees word.

Weereens, meer as ‘n oogvol heerlike leesstof.

Geniet dit.

LE

 

De reus met de diepblauwe ogen

 

Er was eens een reus met diepblauwe ogen

Hij beminde een heel kleine vrouw

Die droomde van een huisje met een tuin

Waarin gevlamde kamperfoelies bloeiden.

De reus had lief als een reus

Zijn handen waren groot voor grote dingen

Nooit hadden zij de muren kunnen bouwen of het belletje doen schellen

Van het huisje met de tuin waarin gevlamde kamperfoelies bloeiden.

Er was eens een reus met heel blauwe ogen

Hij beminde een heel kleine vrouw

Zij was heel aardig, maar werd vlug moe.

Op de grote wegen van de reus

Had ze zich behaaglijk willen voelen.

Ze zei vaarwel aan de diepblauwe ogen

En in de armen van een rijke dwerg

Liep ze het huisje binnen met een tuin waarin gevlamde kamperfoelies bloeiden.

Nu begrijpt de reus

Dat de liefde van een reus

Zelfs niet mag begraven worden

In het huis waarin gevlamde kamperfoelies bloeien.

 

© Nâzim Hikmet (Vertaling: Paul Snoek)

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •